De naam Voorbij de Stolp verwijst naar de stolpboerderij aan de Jan Glijnisweg in Heerhugowaard en naar de woningen die achter de stolp worden toegevoegd. Hieronder leest u hoe deze polder is drooggelegd, wat een stolp precies is en hoe het erf en het dorp zich daarna ontwikkeld hebben.
Waar nu Heerhugowaard ligt, lag eeuwenlang water. Rond het jaar 800 bestond het gebied nog uit veen, maar door het afgraven daarvan en door stormvloeden liepen de laagtes vol en groeiden ze uit tot een groot meer. Het gebied heette de Waert. Langs de rand lag een dijk die op een kaart uit 1288 al den Huygendyck wordt genoemd, vermoedelijk vernoemd naar een Hugo die bij de bedijking betrokken was. Uit die twee namen samen ontstond Heer Huygen Waert, in de Franse tijd gemoderniseerd tot Heerhugowaard.
In 1630 viel de polder droog. Er kwam 39 vierkante kilometer land bij, drooggemalen met molens en in kavels verdeeld onder de investeerders die de drooglegging hadden betaald. Over de kwaliteit van die grond waren zij niet onverdeeld te spreken: in 1674 lag er een plan om de polder weer onder water te zetten, omdat viswater meer zou opbrengen. Dat is nooit doorgegaan.
De indeling van toen ligt er nog altijd: rechte wegen, rechthoekige kavels en sloten die het water afvoeren. De Jan Glijnisweg is zo'n polderweg, met de erven op afstand van elkaar eraan. Steeds hetzelfde patroon: een hek aan de weg, een dam over de sloot en dan het huis.
De stolp is de boerderijvorm van Noord-Holland. Onder een vierkant piramidedak staat een houten draagconstructie van vier zware stijlen met balken erop, het vierkant. Daarin werd het hooi opgetast tot vlak onder de nok. Eromheen lagen de stal, de dars waar het graan werd gedorst en het woongedeelte, met de voorkamer aan de kant van de weg.
Alles onder een dak scheelde materiaal en warmte, en de vorm bleef eeuwenlang vrijwel ongewijzigd. In de polder stonden er honderden. Door schaalvergroting in de landbouw, brand en sloop is daar een deel van verdwenen. De stolp aan de Jan Glijnisweg staat er nog en geeft dit plan zijn naam.
De bomen op het erf waren geen decoratie maar windvang. In een droogmakerij staat niets de wind in de weg, dus plantten de boeren iepen, essen en elzen om het huis en de schuren heen. Vanaf de weg ziet u daardoor eerst het groen en pas daarachter de gebouwen.
Het dorp zelf bleef lang klein. In 1960 telde Heerhugowaard 6.800 inwoners. Daarna werd het aangewezen als groeikern en ging het snel: in 1975 waren het er 25.000, en een paar jaar lang groeide de gemeente harder dan welke andere in Nederland ook. Heerhugowaard telt er inmiddels ruim 60.000, en sinds de fusie met Langedijk in 2022 hoort het bij de gemeente Dijk en Waard, die op ruim 91.000 inwoners uitkomt. Aan de Jan Glijnisweg is de oude polderindeling nog goed te herkennen.